Als de tracker in beweging komt, ontvangt u direct een eerste melding op uw telefoon. Met het interval in beweging stelt u in wanneer de vervolgmeldingen moeten worden gestuurd. Elke melding geeft een geo locatiebepaling en een positie op de kaart. Hoe hoger het interval, hoe gedetailleerder u de tracker kunt volgen. Let op, als u het interval hoog zet, worden er veel positiemeldingen gestuurd en raakt uw berichtenbundel sneller op en is de batterij van de tracker ook sneller leeg. Probeer de intervallen in rust en in beweging zo in te stellen dat u niet meer dan 10 berichten per dag ontvangt. 

Stel dat u een tracker in een object stopt dat normaal nooit in beweging komt, zoals een schilderij, dan kunt u best het interval in beweging vrij hoog zetten, op 2 minuten bijvoorbeeld. Want áls het schilderij in beweging komt, wilt u juist kort achter elkaar positiemeldingen ontvangen. Tegelijkertijd loopt u niet risico dat uw berichtenbundel snel opraakt, want bij normaal gebruik zal het schilderij nooit in beweging komen. Als u daarentegen een tracker in uw auto stopt en u stelt het interval in beweging op 2 minuten, en u bent de hele dag met de auto op pad, dan ontvangt u wel een groot aantal berichten die niet nodig zijn.