Als het voertuig met de sensor in beweging komt, ontvang je direct een eerste melding op je telefoon. Met het interval in beweging stel je in wanneer de vervolgmeldingen moeten worden gestuurd. Elke melding geeft een geo locatiebepaling en een positie op de kaart. Hoe hoger het interval, hoe gedetailleerder je de tracker kunt volgen. Let op, als je het interval hoog zet, worden er veel positiemeldingen gestuurd en raakt je berichtenbundel sneller op en is de batterij van de sensor ook sneller leeg. Probeer de interval zo in te stellen dat je niet meer dan 10 berichten per dag ontvangt.